Hulp vragen – De eendenvijver

Nu het sneeuwt en vriest kunnen de eenden onze hulp goed gebruiken. Veel mensen kunnen ook best een beetje hulp gebruiken, maar vinden het lastig om te vragen. Hoe gedraag jij je, hoe vraag jij om hulp?

Hulp vragen – De eendenvijver

Twee minuten van ons huis is een buurtparkje. Heerlijk is het er. Honden rennen achter elkaar aan, kinderen schommelen hoger en hoger en elk jaar wordt er klein grut geboren. Jonge zwaantjes, zo aandoenlijk.
Bijna dagelijks loop ik er langs. Soms op weg naar de winkel, soms voor de welbekende frisse neus.

Vrieskou

In het buurtparkje zitten ook eenden. Ik zie er altijd wel een paar dobberen in een van de slootjes, of ze staan half slapend op de kant. Sinds kort weet ik echter dat er héél veel eenden huizen in het park. Veel meer dan ik dacht. Tijdens het gure weer van de laatste dagen kruipen ze bij elkaar. En niet alleen de eenden. Ook futen, nijlganzen en meerkoeten, allemaal zitten ze nu in hetzelfde luwe hoekje. Verstopt in het riet, waar je de wind het minste voelt.

Nu het zo sneeuwt en vriest kunnen de watervogels wel wat hulp gebruiken. Het gras is immers bedolven onder een laag sneeuw en de sloten veranderen langzaam in ijs. Waar moeten ze hun eten vandaan halen? 

Broodnodig

Dus, gewapend met een grote zak broodkruimels ga ik op pad. Het is echt koud buiten, ondanks het zonnetje. Ik kijk naar het drukke hoekje, terwijl ik mijn handen vrij maak. Een paar dappere woerden waggelen mijn kant op over het dunne ijs. Glibberend en wel, hopend op wat komen gaat. Er heerst nog rust in het water.

Nog wel. Want zodra ik de broodzak open, is het gedaan met de lieve vrede. Van alle kanten schieten ze uit het riet, met een hoop kabaal en lawaai. Het rustige slootje blijkt overbevolkt. Serieus, ik tel er wel een stuk of vijftig(!). Nooit geweten dat er zoveel eenden in dit buurtparkje zitten. Allemaal in dat ene kleine slootje.

Schouwspel

Terwijl ik brood strooi, beginnen sommige eenden te vechten met elkaar. Ze tuimelen over elkaar heen in de race naar de kruimels, pikken in elkaars veren, jagen elkaar weg met veel gekwaak. Anderen houden zich wat meer afzijdig en wachten rustig tot een korstje hun kant op valt. Het is alsof ze zich verbazen over het geweld en hun kleine kopjes schudden.

Een enkeling is dapper en klimt op de kant. In eerste instantie deins ik terug, maar dat blijkt helemaal niet nodig. Ze wachten gewoon netjes op hun beurt, naast mijn voeten. Maar zorgen er wel voor dat ik ze goed zie en niet oversla.

Hoe gedraag jij je?

Al die eenden in dat parkje hebben hulp nodig. Ze hebben allemaal honger en allemaal vragen ze om brood, op hun eigen manier. De één laat van zich horen en vecht voor zijn eten. De ander wacht bescheiden en vertrouwt erop dat hij vast ook iets krijgt. En de volgende staat op uit de groep en doet letterlijk een stap naar voren. Elke dier daar in die vijver krijgt wat korstjes. Zelfs de meeuwen mogen mee-eten.

Zo verschillend als de eenden zijn, zo verschillend zijn wij als mens. Hoe gedraag jij je eigenlijk, als je hulp nodig hebt? Wacht je tot iemand jouw kant opkijkt, voordat je een vraag stelt. Maak jij je klein, of misschien juist groot en kunnen ze niet om je heen. Misschien ben jij die stoere bink en laat je duidelijk van je horen? Ben je stil, vind je dat mensen het uit zichzelf moeten zien?

Het mooie is: alles is goed. Er is geen goed of fout. We zijn allemaal anders, hebben onze eigen manier van doen en dat is precies goed. Hoe meer je oefent in het vragen, hoe beter het zal gaan. En weet je, de meeste mensen helpen een ander ook graag. Jij vindt het toch ook fijn als je iemand kunt helpen.

Een klein stapje

Wat wel extreem belangrijk is, je zult zélf het eerste kleine stapje moeten zetten. Alle eendjes die ik zag hebben brood gekregen. Nadrukkelijk: die ik zag. Want ik heb goed rondgekeken. Maar heb niet op m’n knieën door het riet gekropen om te kijken of er misschien nog een(d)tje diep verscholen zat.

Dat eerste kleine stapje, het lijkt soms zo groot. We maken het groot. Omdat we er allerlei ideeën en emoties bijhalen die er niets mee te maken hebben. We maken onszelf bijvoorbeeld wijs dat de ander ons toch niet kan helpen, zodat we het maar niet hoeven te vragen. We vullen onszelf met schuldgevoelens, met schaamte, trots, wat-als gedachtes. Heel ingewikkeld allemaal. Terwijl hulp vragen zo belangrijk is, het zorgt ervoor dat je op de been blijft. 

The gift of giving

De vraag hoeft heus niet perfect, je mag best eens onhandig zijn of niet zo goed uit je woorden komen. Klein geheimpje: dat is menselijk.
Start er mee, oefen het gewoon eens. Bedenk wie je om hulp zou kunnen vragen, wat die persoon voor je zou kunnen doen. Hulp vragen is een van de vele manieren om voor jezelf te zorgen, als het je boven het hoofd dreigt te groeien.

Welke hongerige eend ben jij. De brutale, de afwachtende, de dappere? Welke houding past bij jou? Nogmaals, alles is goed. Elke eend heeft een plek in het slootje, iedereen mag erbij. Dat geldt ook voor mensen, we kijken graag naar elkaar om. Het geeft zelfs een goed gevoel om iemand te kunnen helpen. Ze noemen het niet voor niets ‘The gift of giving’.

Hoe gedraag jij je? Welke eend ben jij en wat is jouw manier om hulp te vragen?

Fijne dag , geniet van de sneeuw. 
… en denk ook een beetje aan de hongerige eendjes 🦆

Gerelateerde berichten