De relativiteit van tijd

Tijdens een etentje kwam het gesprek op de beleving van tijd. De weken en maanden vliegen voorbij, vonden mijn tafelgenoten, beide met een drukke baan. Ik vind dat de tijd juist weer wat langzamer gaat. Sinds kort, moet ik daarbij zeggen, sinds ik vrijwillig afscheid nam van werk en uit de dagelijkse routine stapte.
Toch is het erg herkenbaar, iedereen is weleens de tijd ‘kwijt’. Dan is het opeens uren later op dat beregezellige feest. Of de tijd kruipt juist als je op een uitslag wacht, bij elke blik op de klok zijn er maar luttele seconden verstreken. Hoe komt het toch, dat de tijd niet altijd even snel lijkt te gaan? Gaat tijd echt sneller als je ouder wordt? En kun je iets doen om meer tijd te ervaren?

Albert Einstein

Hij is er beroemd mee geworden, Albert Einstein en ‘zijn’ relativiteitstheorie. Het werk is te natuurkundig en te wetenschappelijk – in ieder geval voor mij – om 100% te begrijpen. Wel zit er een laagdrempelig en goed begrijpelijk concept achter: relativiteit.
Relativiteit, als je het even laat bezinken, betekent zoiets als dat het een relatieve waarde heeft, oftewel dat het in relatie staat (in verband) met de omstandigheden waarin het zich bevindt.

In onze ervaringen ten aanzien van het verstrekken van tijd, de ene keer langzaam de andere keer snel, zit ook een vorm relativiteit. De snelheid hangt af van de omstandigheden. Wat zijn die omstandigheden en hoe beïnvloeden ze de tijd?

GPS en tijd

Eerst maar eens de theorie. Gaat tijd eigenlijk wel overal even snel, ook aan de andere kant van ons melkwegstelsel of als je in een raket zit? Bestaat er zoiets als absolute tijd? Alles is te vinden op internet en het antwoord is even simpel als ontgoochelend. Nee, tijd gaat niet overal even snel. Heel kort: Hoe sneller je zelf gaat, hoe langzamer de tijd gaat. Stel dat je zou kunnen reizen op 90% van de lichtsnelheid, dan gaat de tijd zo’n 50% langzamer.
Dit effect van snelheid merken wij op aarde niet, omdat wij een soort schildpadden zijn ten opzicht van de lichtsnelheid. 130 km per uur in een auto is verwaarloosbaar ten opzicht van 300.000 km per seconde van het licht. Zelfs als we de snelheid van de aarde zelf meenemen, is het nog niet substantieel. Buiten onze dampkring kunnen we de effecten al wel een klein beetje waarnemen. Op basis van snelheid zou de tijd op een satelliet 7 microseconden langzamer gaan dan hier op aarde. Dit lijkt verwaarloosbaar klein, toch scheelt het enkele kilometers per dag. Voor GPS en navigatie maakt dit een wereld van verschil, zoveel zelfs dat knappe koppen deze tijd moeten corrigeren.

Beleving

Tijdens het etentje filosoferen we wat door over tijd en de beleving daarvan. We zijn het er eigenlijk wel over eens, de tijd vliegt als je plezier beleeft en de tijd kruipt als je je verveelt. Maar we vinden ook allemaal dat de heenreis naar een nieuwe bestemming langer duurt dan de terugreis. Wat gek is, want de reis duurt toch net zo lang? En tijdens beide reizen kun je net zoveel plezier als verveling ervaren.

Onze ervaring blijkt af te hangen van prikkels. Onze hersenen zijn een soort supermachines die continu alle miljoenen binnenkomende prikkels verwerken. Om dit te stroomlijnen werken ze echter ook op herkenning- en associatiebasis. Naarmate je ouder wordt zijn er meer ervaringen om uit te putten en worden je hersenen een beetje lui, om het zo maar te zeggen. Ze hoeven minder hard aan de bak om die prikkels te verwerken omdat er veel herkenning is. Bij een nieuwe route of vakantiebestemming zijn er simpelweg weer nieuwe ervaringen en hebben onze hersenen meer tijd nodig om de prikkels en herinneringen op te slaan. 

Gaat de tijd sneller als je ouder wordt?

Ja, dat voelt zo. Voor een kind duurt een jaar echt langer dan voor een volwassenen. De wetenschap heeft hiervoor twee verklaringen. Ten eerste is voor een kind alles nieuw, veel dingen heb je nog nooit gedaan en de wereld zit vol verrassingen. Je hersenen zijn volop bezig, je neemt veel details in je op en bent je erg bewust van alles. Omdat je zoveel eerste indrukken meemaakt, duurt een jaar lang. Als je ouder wordt maak je minder nieuwe dingen mee en wordt er minder opgeslagen. Eigenlijk wordt het minder goed opgeslagen, want volgens je hersenen is het al bekende materie.

Daarnaast heeft een kind ook echt minder tijd doorgebracht in het leven, hij is immers jong. Stel je bent 8 jaar, dan is één levensjaar 1/8 van je totale leven. Als je 80 bent, is eenzelfde levensjaar opeens nog maar 1/80. Omdat het simpelweg een kleiner deel beslaat van alle herinneringen, voelt het ook als minder lang. 

Hoe kun je de tijd vertragen?

We verzuchten dat de tijd zo snel gaat. Wat leren we nu van de tijdsbeleving, wat kun je doen om meer tijd te ervaren? 

Op lange termijn
Als je wilt terugkijken op een ‘lang’ jaar is het raadzaam om je hersenen aan het werk te zetten en te zorgen voor nieuwe prikkels en nieuwe herinneringen. Ontmoet nieuwe mensen, volg een cursus of start met een nieuwe hobby. Je hersenen moeten flink aan de bak en dit vertraagt het gevoel van tijd. Je zult terugkijken op een jaar dat in verhouding minder snel omgevlogen is.

Op korte termijn
Voor een meer ‘instant’ gevoel van vertraging helpt het om je bewust te worden van de vele prikkels die er altijd zijn. Concentreer je eens een minuutje op één zintuig, sluit bijvoorbeeld je ogen eens terwijl je buiten in de zon zit, welke geluiden hoor je? Of tijdens de lunch, welke luchtjes komen voorbij, wat ruik je allemaal? Door het bewuster te beleven, maak je als het ware even een pas op de plaats. Door het met aandacht te doen, wordt de ervaring intenser en gaan je hersenen aan de slag met de nieuwe prikkels. Een paar minuten pauze kan voelen als een half uur. 

Veel geluk! En geniet er intens van!